Mijn vader vond het maar niks, die fascinatie van mij voor de oorlog. Als kind speelde ik met soldaatjes en bouwde ik plastic vliegtuigen en tanks. Ik verslond de bekende populairwetenschappelijke reeks groene fotoboeken over de Tweede Wereldoorlog en veel van die kleine oorlogs-pocketstrips die in de jaren ‘70 populair waren. En als ik groot was zou ik naar de marine gaan, in het kielzog van mijn vader en grote broer. Als kind zag ik mezelf oorlogen winnen, net als in de Hollywoodfilms.
Mijn vader wist wel beter. Hij was kind in de echte oorlog geweest en had buurtgenoten in Amsterdam op straat zien sterven. De oorlog zat bij ons thuis dan ook aan tafel. Nooit mochten we zeggen dat we honger hadden en het bord moest altijd leeg. Na de oorlog nam hij vrijwillig dienst bij de marine en ging hij in 1949 naar Indië. Mijn oom had toen al drie en een half jaar keihard vechten achter de rug op West Java. Nee, bij ons in de familie was er weinig begrip voor oorlogsromantiek.
De aantrekkingskracht bleef bestaan. Mijn vader heeft niet meer meegemaakt dat ik als officier beëdigd werd, ook al was dat niet als beroeps bij de Marine, maar als dienstplichtige bij de Landmacht. Daarna ben ik als historicus afgestudeerd op de ‘Politionele Acties’ en bleef ik als directeur van diverse musea en als vice voorzitter van de nationale herdenking 15 Augustus 1945 veel met het onderwerp bezig.
In het najaar van 2023 bezocht ik de slagvelden bij Kiev als voorbereiding op een tentoonstelling met oorlogsfotograaf Eddy van Wessel. Daar hoorde ik uit eerste hand over de Oekraïense volksmilities die de Russische invasie in 2022 tegen hadden gehouden. Het was de ‘Geest van Maidan’ zei mijn begeleider die erbij was geweest. In 2014 was die ‘spirit’ ontstaan toen het Oekraïense volk met de Maidanrevolutie succesvol in opstand kwam tegen het eigen corrupte regime.
Sindsdien heb ik vaak nagedacht over de lage inzetbereidheid in onze samenleving in vergelijking met andere Europese landen. Dat was na de Tweede Wereldoorlog wel anders. De generatie van mijn vader was nog doordrongen van de noodzaak van veiligheid en alertheid. Ze kenden de oorlog uit eigen ervaring. Mijn generatie is dankzij onze ouders opgegroeid met vrede als het nieuwe normaal. De dienstplicht hield het bewustzijn van oorlogsdreiging nog enigszins in leven. Zo hebben veel van mijn generatiegenoten dat in ieder geval ervaren. Maar na de val van de muur in 1989 leek oorlog voor Nederland verder weg dan ooit. Dat hebben we ‘gevierd’ met een structurele afbraak van onze krijgsmacht. Er waren inmiddels nog maar weinigen met oorlogservaring over die konden waarschuwen tegen deze afkalving.
Iraq, de Balkanoorlogen en vooral 9/11 brachten de dreiging weer terug, maar voor de meesten in ons welvarende land was dat een ver van ons bed show. Het leverde wel een enorm aantal nieuwe veteranen op; inmiddels zijn er meer dan 100.000 in Nederland. Aandacht of gehoor kregen zij maar weinig. Daarom vind ik het van belang te benadrukken welke rol veteranen spelen in onze samenleving. Veteranen weten wat oorlog is. Dat moeten we in de ogen blijven zien, letterlijk. Toen ik in 2024 een maatschappelijk onderwerp zocht voor De Hallen Amsterdam, heb ik direct mijn vrienden bij het Veteranen Instituut benaderd. Het fotoproject van Henk Warrink sloot daar perfect bij aan. De levensgrote indringende portretten van veteranen hebben in De Hallen in korte tijd meer dan 150.000 bezoekers getrokken.
Kijk hen in de ogen en bedenk wat je zelf zou doen.
Mijn vader en oom hadden natuurlijk gelijk. Er is niets romantisch aan oorlog. Het verbloemt de keiharde werkelijkheid die we niet mogen vergeten. Veteranen spelen daarin een onmisbare rol, als waakvlam in onze samenleving. ‘Kijk hen in de ogen en bedenk wat je zelf zou doen’. Dat is wat ik als zoon van een veteraan ooit heb gedaan en ook mijn eigen zonen probeer mee te geven.
Deze tekst en foto zijn gepubliceerd in 2026 in het fotoboek Welkom Thuis van fotograaf en veteraan Henk Warrink.